Leden kiezen voor voortgang transitie GCC

Leden kiezen voor voortgang transitie GCC

Dinsdag 25 november vond de Algemene Ledenvergadering van de GCC plaats. Naast lopende zaken zoals begroting en afronding van 2024 en de status van het Uitvoeringsprogramma 2025 ging de aandacht vooral uit naar de presentatie van Rupert Parker Brady. Samen met een ‘kopgroep’, bestaande uit Esther Daems, Cor Dijkstra, Niek Strous, Frederika Cazemier en Lieve ten Duis heeft hij zich de afgelopen maanden gebogen over het maken van een plan van aanpak, volgend op het Position Paper dat eerder is opgeleverd door de transitiecommissie onder leiding van Mischa de Gier. Het gepresenteerde plan ging dieper in op nut en noodzaak en ging in op een aantal te nemen maatregelen en te maken keuzes. De volledige presentatie is hier terug te vinden. Er zijn met betrekking tot de transitie twee belangrijke besluiten genomen tijdens de ALV:

  1. Het per 31 december aanstaande statutair aftredende bestuur (Eric Bos, Mark Engberts en Pier Tjepkema) wordt vervangen door een interim-bestuur bestaande uit: Cor Dijkstra, Niek Strous en Esther Daems. In de komende weken wordt vastgesteld wie welke rol op zal pakken.
  2. Het conceptplan zal verder worden uitgewerkt door een kwartiermaker, aan te stellen door het interim-bestuur.

Streven is om eind eerste kwartaal het plan van concept naar concreet te krijgen. Intussen gaat er gezocht worden naar nieuwe bestuursleden. Deze processen lopen parallel, maar worden nog verder uitgewerkt met betrekking tot de functieprofielen en beloning, indien van toepassing.

De notulen van de ALV zijn hier in te zien.

 

 

Restaurant De Haan: geen bediening én geen poespas

Restaurant De Haan: geen bediening én geen poespas

Een restaurant zónder bediening: bij De Haan aan de Aweg in Groningen pakken gasten zelf hun drankjes, houden bij wat ze drinken en leggen ze voor elke gang hun eigen bestek klaar. Een concept dat – opmerkelijk genoeg – nog steeds uniek is in Nederland. “We zijn eigenlijk Groningen in het klein,” zegt eigenaar en chef-kok Dennis de Haan. “Toegankelijk, ontspannen, maar wel van topniveau.”

De moeder van eigenaar en chef-kok Dennis de Haan vond laatst nog een verfrommeld briefje uit 2011. Geschreven door Dennis, tijdens een stage in Amerika bij een van de beste restaurants van het land. Een soort stappenplan was het, met voor elk jaar één specifiek doel. Het ene jaar: de Cas Spijkers Academie afronden. Weer een ander jaar: werken bij een sterrenrestaurant. En in 2016, zijn stip op de horizon, een eigen restaurant.

En inderdaad, dat jaar opende De Haan zijn eigen, gelijknamige fine dining-restaurant aan de Aweg in Groningen. Jaren eerder had hij al eens in een vaktijdschrift gelezen over een zaak in Antwerpen waar de chef alleen in de zaak stond.

 “Ik las het en wist meteen: dit is wat ik wil.” Niet alleen vanwege het ontbreken van extra loonkosten, want dat scheelt toch behoorlijk, maar vooral om de sfeer. “Ontspannen, huiselijk, zonder poespas. Geen mensen die steeds vragen of je nog een watertje wilt, of aan tafel een college geven over wijn.” 

De Haan serveert samen met een van zijn koks vijf avonden in de week een 5 gangen-menu. Het vraagt behoorlijk wat voorbereiding, denkwerk en efficiency. “Over alles, echt alles, is nagedacht”, wijst de chef om zich heen. Op elke tafel staat een houten ‘bestekstam’ met per gang een nieuw setje bestek, klaar om zelf te pakken. In de self service wijnbar staan bijpassende flessen en glazen per gang opgesteld; nieuwe flessen liggen koud met de kurk al los. Zelfs het thee-eitje is al gevuld. “Ik heb daar tijdens de avond zelf geen tijd voor. Maar je wilt het je gasten wel zo makkelijk mogelijk maken.”

“We zijn Groningen in het klein”

Het menu wisselt regelmatig: om de paar weken vervangt De Haan twee of meer gangen. De volgende dag serveert hij voor het eerst een nieuw tussengerecht: lamsnek met paling, Japanse aubergine en lavas. Het zal die avond de eerste keer zijn dat hij het gerecht maakt, want aan voorkoken doet hij niet. “Nee, ik denk alle gerechten tot in detail uit. Daar ben ik vaak weken mee bezig. En ik neem me ook elke keer voor om het vooraf al een keer te maken, maar door gebrek aan tijd is me dat nog nooit gelukt.” Gaat het dan nooit een keertje mis, willen we weten. “Eigenlijk niet. Hooguit pas ik de verhoudingen nog een keer aan, maar ook dat is misschien eens per jaar.”

De kookkusten van De Haan blijven ondertussen niet onopgemerkt. Een van de eerste lovende recensies verscheen drie maanden na opening in de Volkskrant en inmiddels heeft de zaak een Bib Gourmand, een vermelding in de vermaarde Gault&Millaut-gids en Michelin-gids en een notering in Lekker. Wie wil reserveren moet er dan ook vroeg bij zijn: de eerstvolgende plek op vrijdag of zaterdag is pas in mei volgend jaar. 

Dat het concept tot op de dag van vandaag uniek is, verrast De Haan nog steeds. “Er heeft zich gek genoeg nooit iemand gemeld met hetzelfde idee.” Het concept is misschien ook wel ‘typisch Gronings’, zegt hij even later. “Eigenlijk zijn we Groningen in het klein: gezellig, toegankelijk, low key, maar wél van niveau en de beste kwaliteit.”

www.restaurantdehaan.nl

 

 

“Als je eenmaal ondernemer bent geweest, blijft het roepen” 

“Als je eenmaal ondernemer bent geweest, blijft het roepen” 

Tassen met kleurrijke patroontjes, zachte truien, blouses met pofmouwen. In de Oude Kijk in ‘t Jatstraat vind je de knusse, vrolijke kledingwinkel PreciesLies van Liesbeth Burgler. Eerder had Liesbeth ook al de winkel Bubbels, met kinderkleding. En nu, na een tijd lang te hebben gewerkt in verschillende kledingwinkels, heeft ze weer een eigen zaak. “Als je eenmaal ondernemer bent geweest, blijft het roepen.” 

Al bijna dertig jaar werkt Liesbeth nu in de kledingbranche. In 2000 nam ze de kinderkledingwinkel Bubbels over. Het was haar eerste winkel en tot 2014 runde ze de zaak met veel plezier. Vanwege de hoge huren moest ze uiteindelijk de zaak sluiten. Daarna werkte ze onder andere in Sissyboy en Derksen en Derksen. “Allemaal superleuk, maar ik miste de uitdaging.”  

Dus begon ze, net voor de lockdown, met haar webshop voor dameskleding. Het liefst wilde ze naast een webshop ook nog een leuk winkelpandje. En nou deed het zich voor dat ze tijdens de lockdown regelmatig een kopje koffie en een donut kocht bij The Donut Company in de Oude Kijk in ‘t Jatstraat. “Ik dacht steeds: ‘wat een leuk pandje, je zal er maar in zitten.’” 

Dus stuurde ze een mailtje naar de eigenaar. Die stond ervoor open dat ze met een kledingrek bij de donutzaak inkwam. Ze noemden het Fashion & Food. Tussen de tafeltjes en stoeltjes stond eerst dat ene rekje met kleding, en al gauw twee, drie. Klanten die een donut kwamen eten, konden gelijk snuffelen tussen nieuwste items. Uiteindelijk stopte The Donut Company, maar Liesbeth ging door.  

Liesbeth besloot het pand weer met iemand anders te delen. Dat werd Lisanne met haar sieradenwinkel À La Lies. Het zorgt voor een fleurig geheel. Goudkleurige kettinkjes, oorbellen en armbandjes, tussen de rokjes, tassen, pantalons en truien.  

Voor Liesbeth is het ideaal om de winkel te delen met een andere ondernemer, met name vanwege de hoge huren in de binnenstad. Maar ook voor de gezelligheid. En als Liesbeth even niet in de winkel staat, is Lisanne er wel. En andersom. “Je moet wel flexibel zijn, maar dat gaat bij ons supergoed.” En volgens Liesbeth passen hun stijlen goed bij elkaar. “We vullen elkaar goed aan.” 

Sinds kort is Liesbeth ook weer lid van de Groningen City Club. Eerder was ze dat ook al, met Bubbels. “Door lid te zijn blijf je goed op de hoogte van alles wat er speelt in de binnenstad en bij andere ondernemers.” Daarnaast is ze blij met de dingen die de GCC organiseert en regelt, zoals de Kerstverlichting in de straat, de versiering, maar ook Wintergoud en Winterstad.  

“Het ondernemen in de binnenstad wordt steeds beter”, zegt Liesbeth. Mede dankzij de Groningen City Club, volgens haar. De evenementen en de kwesties waar de GCC zich voor inzet maken het voor haar goed toeven. En als het aan haar ligt, gaat ze nog lang door. “Ik geniet van het contact met de klanten, en het trotse gevoel als een nieuw idee goed aanslaat.”